Het zal je niet zijn ontgaan: Trouw is niet meer. Het afgelopen jaar ontstond er in toenemende mate een hype rondom deze tent. Maar nachtclubs komen en gaan, het is de orde van de dag, waarom al die aandacht voor (de sluiting van) Trouw? Uiteraard was er de muziek, de sfeer: sterk smaakgerichte zaken die zich lastig in woorden laten vangen zonder in nachtleven-universele platitudes te vervallen. Nu de extatische hysterie is afgenomen heb ik als regelmatige bezoeker een paar passen naar achter gezet om wat observerende reflecties op papier te zetten. Er waren immers ook kritische reacties. Was Trouw echt zo bijzonder? Even de diepte in.

De nuchtere Hollander
Allereerst voel ik noodzaak iets te zeggen over de negatieve reacties. Met name het ophemelen werd als pretentieuze aanstellerij ervaren, want het was immers maar een club. Het bewieroken en het plechtige bloemen neerleggen bij het gebouw heeft ook wel iets religieus, zoveel devote toewijding wringt per definitie met onze nuchtere volksaard. De dramatische zin ‘’Trouw tot in den dood’’ bezorgd menig criticus helse migraine. Het is de voorspelbare dynamiek van vereffening van lof door een zelfde hoeveelheid kritiek. Trouw de beste club? Vast niet. En zo ja, dan ben ik er tegen, want de tegendraadse, kritische mening is per definitie salonfahig gezien deze hoeveelheid lof. Dit fenomeen is van toepassing op werkelijk elk nieuwsbericht.

Dit komt naar mijn idee voort uit een collectieve overprikkeling. Elke dag worden we betoeterd door uitgekiende, persoonsspecifieke marketingcampagnes, hanteren we commentaar op commentaar op commentaar als voornaamste nieuwsbron en worden we overdonderd met lijstjes, hypes en ‘’levensveranderende’’ filmpjes. Het gevolg van deze overdosis impressies is de absolute leegte der cynisme, want niks van dit is volledig waar, en erger, het voegt verdomd weinig toe aan onze levens. We worden wantrouwend tegenover welgemeend sentiment en enthousiasme (believe the hype?), sterker nog, we reageren er nu automatisch allergisch op (fake!). Het is vrijwel onmogelijk het authentieke van het neppe te onderscheiden.

Soms levert dat flauwe, hey hoe actueel, zelfs satirische lol op. Kritiek, gefundeerd of niet, heeft altijd al meer aandacht gehad dan lof. Grote kans ook dat ik nu door dit stuk een Lekker Janken moraalridder ben, maar het zij zo, ik incasseer wel. Het komt erop neer dat ik kritiek waardeer, zolang het ergens op gestaafd is, anders dan alleen je onderbuikgevoel of je drang tot simpel scoren ten behoeve van je ego (shout-out naar mijn basisschool juf Berna, je normen hebben me gevormd, never forget). Overigens sluit ik niet uit dat ik me hier nu te druk over maak en dat wantrouwig cynisme gewoonweg de standaardset van enkelen is en dat ik die realiteit maar dien te aanvaarden. Wellicht een onderwerp voor een andere keer. Uiteraard hebben de negatieve reacties op de sluiting van Trouw volstrekt geen rol in het succes van de club.

Publiek
Wat heeft dan wel geleid tot het succes? Ik zit te denken aan de wisselwerking tussen het gebouw en het publiek. De industriele ruimtes van de zaal boven, De Verdieping en later De Natte Cel deden in eerste instantie eigenlijk niet eens denken aan een klassieke nachtclub. De locatie was, zeker in 2009, behoorlijk off the beaten track. Het ontstane publiek week veelal af van de rest van het nachtleven en was vaak ouder en vrij pluriform. De zalen waren gevuld met een melange van (onder meer) Die Hard clubbers met palmares in het nachtleven, fladderige toneelschooltypes, strakstaande internationals, schaterlachende homo’s en schuchtere groepjes IT-’ers. Het vormde wonderwel een geheel.
Trouw
Ik heb mij hierover verbaasd, maar volgens mij is de overeenkomstigheid dat het publiek van Trouw raad wist met de op te vullen ruwte en leegte. Dat leg ik graag uit aan de hand van voorganger Club 11. Dat had iets exclusiefs, iets uitgesproken hips, de liften, het uitzicht, de aankleding, het werkte als een vliegwiel tot een meer specifieke uitstraling. Het trok hierdoor, veel meer dan Trouw, ook zakenlui, corpsballen en BN’ers: het was een totaalconcept. In Trouw werd er je juist geen beeld opgedrongen, geen voorbedacht kader. Gewoon een onbewerkte ruimte, een bar, een geluidsinstallatie. Illustratief zijn ook de simpele kaasbroodjes, het gebrek aan een ‘VIP-deck’, no photo policy en de alleszins fatsoenlijke prijzen: geen opsmuk. Het was er ook steevast te donker om meisjes te versieren, al vergt dit uiteraard vooral creativiteit.

Deze wisselwerking tussen ruimte, publiek en muziek is met vallen en opstaan ontstaan, want ook Trouw heeft zichzelf moeten positioneren. Ik herinner me een concert van de Franse band Phoenix in Trouw, ergens in 2009. De smalle ruimte voelde als een koker en beknotte de wijdse popmuziek. De club heeft zich bij mij uiteindelijk te gelde gemaakt met de juist vrij mellow avonden met melodie en vocalen, inmiddels weer gemeengoed in het uitgaansleven. Classics, new wave, disco, acid: DJ’s voelden zich in toenemende mate uitgedaagd iets bijzonders neer te zetten in Trouw. De autopilot-modus als DJ was er eigenlijk vooral zonde omdat dit onherroepelijk werd herkend. Ik heb het vermoeden dat een tegenvallende DJ, hoe groot zijn naam ook was, nooit een tweede keer in Trouw werd geboekt.

Tijdelijkheid
Het succes van Trouw is ook haar tijdelijkheid. Het klinkt breed, maar volgens mij heeft dat grotendeels met de tijdsgeest te maken. Ik ervaar dit moderne leven als vluchtig, dagen zijn gevuld met allerlei content en verstrijken zonder dat je oplet volledig automatisch. Er is geen levenslang verenigingsleven om je in te wentelen. Familie is een optionele, maar uitgeschakelde toolbar in je dagelijkse browser. Er is de tijdelijkheid van jaarcontracten, freelance, alles behalve dat vaste contract, iets wat sowieso uit de vorige eeuw lijkt te stammen. Intieme relaties worden het liefste aangaan met enige vorm van voorbehoud vanwege de kans op het naderend afscheid. Tijdelijkheid is de norm. Dit vergt nogal wat van je mentale flexibiliteit. Je zou haast de vraag kunnen opwerpen wie je eigenlijk bent, of minder hoogdravend, wie je bent op dít moment.

Om dat laatste te beantwoorden proberen mensen zich te positioneren en gooien ze ankers uit. Online door likes te strooien om hun unieke persoonlijkheid te ondersteunen. Zo willen we ons dolgraag afficheren met merken, muziek, feestjes, ook vooral ter bevestiging van onszelf. Je schreeuwt over Netflix-series, fluistert giebelend over Boer zoekt Vrouw of geeft hartjes aan Rumag quotes. Of juist niet, want ook dat is een besluit, alles in dienst van het imago. Positionering, uitstraling, of je het nu realiseert of niet, iedereen is er actief mee bezig. Het gevolg is een generatie aan zelfbevestigende individuen, onbewust sterk op zoek naar iets collectiefs. Offline bevestiging, weg van die schermen. Toegewijd te zijn, gelieerd te zijn aan iets, trouw te zijn aan wat dan ook, al is het maar voor een tijdje. Enter Trouw: de viering van tijdelijkheid.

Trouw bood met haar aangekondigde sluiting eindigheid. Dit leverde, zeker naar de sluiting toe, relevantie op. Welke plaat komt nu? Er is geen tijd te verspillen. Iets wat mist op zóveel avonden, feestjes en festivals elders. Eerlijk: hoe vaak sta je je buiten jezelf af te vragen waar je eigenlijk mee bezig bent, hoe vaak voel je je echt verleid door het moment? Er zijn echt teveel feestjes waarop energie weglekt doordat er geen gevoel aan verbonden kan worden, volgende week immers weer precies hetzelfde feestje. Ja, eigenlijk als een soort sleur, de uniciteit van het moment doet er echt niet toe. Een fenomeen dat ook in het dagelijks leven plaatsvindt, midden op de dag die realisatie waar je in go-des-naam mee bezig bent. Tijd is je gegeven sinds je geboorte, het achteloos invullen van je leven is een risico wat we allemaal lopen. Die vrijblijvendheid van het verstrijken van minuten stond in Trouw juist behoorlijk ter discussie en het betaalde zich uit in een gevoel van prepaid melancholie: het vooraf al te weten iets te gaan missen.

Tijd en plaats zijn relatieve waarden geworden door het internet. Hierdoor zijn júist die tikkende tijd en fysieke plaats in waardering gestegen. Ergens bij aanwezig te zijn is het hoogst haalbare, met als goede tweede online op de juiste plek op de juiste tijd aanwezig te zijn. Ter illustratie: helaas was ikzelf niet bij Trouws’ sluitingsweekend Until The Music Stops, maar ik volgde online de ontwikkelingen ter plekke op de voet. De doorsijpelende berichten vanuit de apotheose, zondagmorgen 4 januari, leerde me dat de laatste plaat waarschijnlijk This Must Be The Place was. Hierop postte ik de Patrice Baumel edit van deze track op Facebook en Twitter en juist déze edit staat nu te boek als dé laatste plaat. Filmpjes achteraf laten zien dat het waarschijnlijk het origineel van die plaat betrof. Welkom in de 21e eeuw: online op de juiste plek en tijd aanwezig zijn schept dus een waarheid. De behoefte naar informatie naar een specifiek moment in tijd en plek elders illustreert in deze ook de toewijding van de niet aanwezige liefhebbers van Trouw.

Ervaring
Uiteraard werd er veel geestverruimende middelen gebruikt, iets zo voor de hand liggends dat het benoemen wat obligaat voelt. Hierin was Trouw niet uniek, gebruik was en is integraal onderdeel van huidige nachtcultuur wereldwijd. Het effect in dit geval? Geen agressie, nimmer. Nooit heb ik een vechtpartij of zelfs maar een escalerende woordenwisseling gezien. Of kwam dat door het prima deurbeleid? Het zelf organiserend vermogen van het publiek? Niet dat drugs noodzakelijk waren, het waarderen van de club ging prima op een nuchtere hersenpan. Want als iets Trouw heeft gekarakteriseerd dan is het wel de muziek, de gewaagde en achteraf toonaangevende programmering. Hoewel ik muziek zoveel mogelijk buiten beschouwing wil houden in dit stuk (vrijwel onmogelijk), wil ik wel benoemen dat Trouw heeft bewezen dat het loont te investeren in herkenbare, ontwikkelende vaste residents. Het publiek werd loyaal, de club herkenbaar.

Persoonlijk herinner ik me ook vooral het rustige zitten in Trouw, als tegenwicht voor de etmalen op de dansvloer. In het rookhol, voor de toiletten, achterin de trap van de grote zaal. Alleen al een blik op de rustige zitters voorzag me van verhalen, af te lezen aan vermoeide en blije gezichten. Dit zijn medemensen, we zijn hier samen en jullie kunnen naar huis en besluiten toch te blijven. Het fysieke samenzijn als offline waarde, misschien ook wel ter bevestiging van je online keuzes. Mijn favoriete spot om rustig te zitten was hoog achterin de grote zaal. Het bracht een overzicht op iets waar je deelgenoot van was, wat het ook moge wezen. Een ontvluchting van je werkweek, je tentamens, je leven, of juist het doel van laatstgenoemde?

Trouw was een hele fijne plek om je anker uit te hebben gegooid. Ik heb er vrienden gemaakt, muziek ervaren tot in de uiterste puntjes van mijn lichaam en altijd het gevoel gehad onderdeel te zijn van iets groters, iets wezenlijks. Natuulijk veranderde de wereld niet met mijn aanwezigheid daar, maar mijn wereld deed dat wel. Deelgenoot te zijn van een tijdelijke constructie, in een ruwe, te interpreteren ruimte en in een samenzijn toe te leven naar iets wat eindigt. Was Trouw hiermee uniek? Nee, een goed festival kan hetzelfde. Maar dat een club dit avond na avond bereikte, dat was voor mij wel degelijk nieuw.

Is de les nu dat elke club een uiterste houdbaarheidsdatum moet hanteren? Dat lijkt me radicaal. Het succes ligt veel meer in hoe de club die eindigheid heeft ingevuld en hoe het publiek dat heeft ervaren. Ik zou opteren voor een herwaardering van gezamenlijke momenten, te realiseren dat alles in je leven heeft geleid tot exact dit moment. Elke avond is eindig! Hier, weer een seconde voorbij. En dat te vieren, vrij van oordeel en cynisme. Probeer je online ego eens offline uit. Klink ik zweverig? Neem je tijd.

Reacties

reacties