‘Man, man, man.’ De woorden van Rob Geus suizen door mijn oren terwijl ik het AD lees. Twee gedachten spoken daarna door mijn hoofd. De eerste: Hoe kon ik zo stom zijn? Vaker heb ik fouten gemaakt, tot vervelens toe, maar deze staat op eenzame hoogte. Het is een fout die mensen kwetst en beledigt tot op het bot. Zoals ik in een rechtvaardig privébericht toegezonden kreeg: ‘Schaam je!’ Hier kan ik slechts mee instemmen. De ‘waarom-vraag’ beantwoorden is na enige zelfreflectie nog moeilijk. Meerdere factoren zullen hier een rol in hebben gespeeld. De tweede gedachte die door mijn hoofd spookt is dat de Nederlandse taal afsterft. Van de vele tientallen (doods)bedreigingen die ik kreeg waren slechts enkelen grammaticaal correct. Iedere mogelijke taalfout passeerde de revue. Om te janken.
Mea Culpa Davy
De ‘waarom-vraag’ blijft een belangrijk aspect van deze kwestie. Racistische motieven lijken het meest voor de hand liggend. ‘Losgebroken van de ketenen en dan krijg je dit.’ Het kan als een racistische opmerking worden beschouwd. Dit ligt echter aan de invalshoek. Met de afschaffing van de slavernij op 1 juli 1863 werden de slaafse ketenen afgeworpen. Oud-slaven konden zich langzaam gaan ontwikkelen. Hierdoor hebben we nu ruim honderdvijftig jaar later zoveel gewaardeerde gekleurde Nederlands elftal spelers. Mij verschuilen achter deze uitleg is te laf. Ik schrijf dit om het boetekleed aan te trekken. Dit betekent echter niet dat ik een racistisch persoon ben of dat de opmerking racistisch was. Afkomst of huidskleur heeft mijn interesse niet. Iedereen met een Nederlands paspoort is een Nederlander. Artikel 1 van de grondwet en het gelijkheidsbeginsel zijn belangrijke begrippen voor mij. Iedereen is gelijk, ongeacht wat. Het moment van de opmerking is echter uiterst ongelukkig. Juist vanwege de pietendiscussie, de intocht en de daarbij verrichte arrestaties. Ik onttrek mij echter aan de pietendiscussie. Toen de goedheiligman enkele jaren geleden niet bleek te bestaan besloot ik hem voortaan compleet te negeren. Ik geen cadeaus, hij geen aandacht. De pietendiscussie heeft dus totaal niets te maken met mijn opmerking en racisme is niet mijn drijfveer geweest.

Geen racisme, wat dan wel? Een lastige vraag voor een daad die zonder enig nadenken werd verricht. Zonder duidelijk doel plaatste ik een lompe opmerking in een periode vol spanning op dit gebied. De meest logische en enig verklaarbare uitleg is een combinatie van factoren. Een vlaag van verstandsverbijstering die zorgde voor een hersendode toestand is de eerste factor. De tweede factor is een poging tot harde humor die uitliep in een ordinaire opmerking. Een opmerking die ongeëvenaard triest is. Als laatste factor heb ik een grootse inschattingsfout gemaakt. Ik zag niet in dat de opmerking voor grote groepen landgenoten als kwetsend gezien kon worden. Misschien is de opmerking tegenover vrienden op het randje, op internet gaat deze daar echter ruim over. Ik hield geen rekening met de gevoelens van anderen. Hiervoor kan ik slechts mijzelf de schuld geven.

Nu de ‘waarom-vraag’ enigszins is beantwoord richt ik mij graag op de verwaarloosde staat waarin ons land verkeert. Dat ik hieraan heb bijgedragen roept schaamte en een diepe teleurstelling in mijzelf op. Nooit had ik verwacht zo diep te kunnen zinken. De mens is blijkbaar tot onverwachte dingen in staat, zowel positief als negatief. Hoewel racisme wettelijk gezien niet mag is dit helaas nog steeds een groot probleem. ‘De mens is de mens een wolf’ zoals Thomas Hobbes het omschreef. De mensheid is tot vreselijke dingen in staat. Racisme is één van die dingen. Veel werk zal nodig zijn om racisme te doen verdwijnen. Persoonlijk is racisme voor mij het meest zichtbaar tijdens het uitgaan. Menigmaal worden gekleurde mensen zonder enig aanwijsbare reden geweigerd bij clubs terwijl ik zonder problemen door kan lopen.

Gedane zaken nemen helaas geen keer. Zo’n opmerking als de mijne verdient reactie. De manier waarop heeft echter nog wat aandachtspuntjes nodig. Bedreigingen zijn weinig constructief aan de discussie over racisme. Desalniettemin is het allemaal mijn schuld. Ik neem mijn verantwoordelijkheid. Mijn excuses aanbieden aan degenen die door mijn opmerking eventueel zijn gekwetst of beschadigd is niet meer dan normaal. De schade die ik mensen heb aangebracht is onverdedigbaar en dat doet mij veel pijn. De opmerking is niet gemaakt vanwege rascisme maar vanwege de bovengenoemde factoren. Toch kan dit een goede les zijn. Niet alleen voor mij, maar ook voor anderen. We bevinden ons in een maatschappij waarin racisme nog steeds aanwezig is. Nederland is minder tolerant dan het zelf geloven wil. De reacties bij de foto van Leroy Fer als bewijs. Mijn eigen bijdrage hieraan is uiterst pijnlijk en dom. Meer kan ik niet zeggen. Een spijtige en harde conclusie.

Reacties

reacties