Op naar kanker. Zonder te roken sta ik in de rookruimte, droef toeter als ik ben. Langzaam en branderig sterven mijn longen, ademhalen durf ik met geen mogelijkheid. Toch blijf ik staan, ik laat vrienden niet alleen roken. Zo’n goede vriend ben ik. Zo lief ben ik. Tevens is het een tijdelijke vlucht. Een vlucht vanuit de hoofdzaal naar iets anders. Nu nog even geen overenthousiaste konijnen, ik moet nog opwarmen. Dus sta ik in de rookruimte. Liever kanker dan konijnen, zonder twijfel. Ondertussen is het wachten geblazen. Ongeduldig als ik ben is dat lastig. De grote meester is nog in geen velden of wegen te bekennen. Toch kan hij het maken. Jeff Mills in Perron is namelijk legendarisch, als hij tenminste komt opdagen.

Perron binnenkomen is warmte. Telkens weer. De trap, de duisternis in de zaal. Het is ongekend, nergens voelt het zoals hier. Als thuis. Verreweg mijn favoriete locatie. Toch is het nu anders, en niet perse positief. Drinken doet pijn nu. Muntjes zijn duurder geworden, festival prijzen duur. Alsof de kaartjes nog niet genoeg kosten, servicekosten niet eens meegerekend. Bar en Bird kunnen ook zonder servicekosten, Perron niet. Het zal een reden hebben, zoals alles dat heeft. De ene reden is alleen wat duurder dan de andere. Connie is het enige constante tussen alle veranderingen. Zonder Connie geen perron. Zonder haar geen verzorging, zonder haar geen snoepjes. Ze houdt Perron bij elkaar. Avada KedavraZe is een reddingsboei. Zoals W03I mijn muzikale reddingsboei is. Hij draait geweldig en houdt me op de been. Geheel in de lijn van de avond. Even doet hij Jeff vergeten. Laat hij me genieten, laat hij me dansen en blij zijn. Tot dát moment. Hét moment. Eindelijk.

Huilen en tranen. Dat is wat ik de eerste momenten meemaak. Totale gelukzaligheid brengen de eerste klanken van Jeff teweeg. Al het wachten heeft zijn vruchten afgeworpen, mijn geduld is beloond. Alles klopt. Alles. Bijna orgastisch, nee niet bijna. Zelden heb ik zulke goede muziek gehoord in Perron. Geen flikker kan me meer interesseren, alleen deze muziek en de wens dat het nooit zal ophouden. Hij is aardig bezig die wens te vervullen. Het emotioneelste moment van de avond komt met ‘The Bells’. Kippenvel, stampende voeten en losgaande mensen. Deze shit kan niet op. Plaspauzes worden uitgesteld, deze muziek moet namelijk niet gemist willen worden. Kan niet gemist worden. Niets lijkt me te kunnen stoppen totdat ik door mijn benen zak en het besef. Het is tijd, fuck mijn lichaam.

Met een half voldaan gevoel ga ik weg. Een hele avond vol perfecte muziek. Ergens wringt het echter. Perron is iets geworden voor de massa. De vroegere sfeer is veranderd. Zonder artiesten zoals Jeff Mills zou ik niet eens overwegen te komen. Voor de liefhebber van de oude sfeer is het bijna geen doen meer. Drukker dan ooit, meer konijnen dan ooit en meer veranderingen dan ooit. Of die veranderingen terug gedraaid kunnen worden is een vraag. Of men die veranderingen terug wil draaien is een nog grotere vraag. Ten koste van de sfeer barst Perron iedere avond uit zijn voegen. Revolt lijkt het niet te willen zien, of niet te kunnen zien. Misschien gehinderd door dollartekens in de ogen. Toch verlies ik hier een vriend en dat doet pijn. Daar waar de vriendschap met Perron eerst in een struggle zat, is deze nu zo goed als voorbij. Niet omdat iemand deze heeft verbroken, maar omdat Perron dood is. Slechts af en toe tot leven gewekt door artiesten zoals Jeff Mills. Het is slikken.

Reacties

reacties