Ik ontwaak vaker in Rotterdam dan mij lief is. Het liefst zou ik namelijk nooit meer slapen om zo niets te missen. Een diepgewortelde FOMO maakt zich al tijden van mij meester. Van elke nacht blijft weer een verhaal achter, ergens tussen mijn oren en op de straten van de stad. In duisternis felverlichte klinkers vangen mijn zolen op voor het geval dat mijn drankgebruik de overhand heeft genomen. Ik ben een beest dat zich langs drankputten beweegt, vele daarvan liggen aan de Witte de Withstraat. Gino van Weenen

In de dagen die tussen de weekenden in liggen ben ik ook bezig met het nachtleven. Schatgraven in de Rotterdamse kunst en cultuur ben ik altijd op zoek. Gino van WeenenIk vind aan de lopende band dingen, vaak meningen, mooie plekjes en verhalen van de inwoners. Vaker nog loop ik tegen een onbekende op die mij zijn stad laat zien en drie druppels bier in het oor toeschreeuwt. De kleine straten en brede avenues, van Coolsingel tot Speijkstraat herbergen geheimen. Ze worden zelden gedeeld maar door te zoeken in de kleine uurtjes ga je beter opletten. De schaduw die een hoekje om gaat of een bierblikje dat ritselt in een vuilnisbak.

Bovenal zijn het de plakkaten op de straat die de nachten kleuren. Een inhoud van de maag verraad de goede avond of legt de pijnlijke waarheid bloot. Alles dat komen gaat is slechts nog een schim van het ware verhaal. Ik duik “de Kater-Kronieken” in.

Reacties

reacties