‘Ga nou je auto in’ zei de Ene. ‘JULLIE ZIJN ALLEMAAL KANKER GEK’ zei de Ander. ‘JIJ moet gewoon eens leren luisteren’ antwoordde de Stadswacht. Wat gescheld, geduw en wat heen en weer geschreeuw en de Ander werd door de Ene de auto ingeduwd. Vloekend en heftig gebarend reed de Ander weg. ‘Dat is ook een manier van praten’ antwoordde Erik de Jong. Bij het grote publiek bekend als Spinvis. Ons interview was onderbroken en hij en ik waren compleet de draad kwijt.Spinvis

We hadden afgesproken bij de kerk van de Doopsgezinde Gemeente Rotterdam. Achter de Delftse Poort. Hij is daar aan het repeteren voor zijn nieuwe theater stuk Kintsukuroi. Een gedanste opera over een seismoloog. De hoofdrolspeler houdt zich bezig met bevingen en trillingen in de aarde. Hij is ontzettend verliefd op een vrouw, maar verliest haar tijdens een aardbeving in Japan. Wanhopig en standvastig dat ze nog leeft zoekt hij naar haar. In de hoop haar hartslag te kunnen horen in zijn seismograaf. ‘Hoe laat gaan jullie orgel spelen?’ vroeg Spinvis aan een collega muzikant. ‘Nu? Dan gaan wij wel naar buiten’

‘Ik kom uit een zeer muzikale familie. Mijn opa speelde in een bandje dat Hawaï muziek speelde. Dat is toen uit Amerika overgewaaid, na de oorlog. Mijn ouders hebben elkaar tijdens zo’n optreden ontmoet. Mijn vader speelde ook in een band. Ze speelden voornamelijk country. Mijn moeder hield van de Zangeres zonder Naam. Ik was mijn hele jeugd omringd door muziek. Zingen en muziek maken ging bijna net zo gemakkelijk als praten. Ik zat in allerlei bandjes. Eerst punk. Met namen als Blitzkrieg. Rond mijn 25ste kregen de meeste vrienden een ‘normale’ baan. Ik werkte bij de post en begon met rommelen en experimenten op computers zoals de Commodore 64. Leerde het meeste mezelf aan. Maakte allerlei muziekstukjes, maar ze kwamen nooit af. Ik zong ook nooit. Ik vond mezelf geen zanger. Ik had zeeën van tijd. Begaf me in het hof van Eden. De paradijselijke speeltuin. Geen verantwoordelijkheden. Op mijn 35ste kreeg ik kinderen en had ik opeens minder tijd. Er ontstond een zekere druk waardoor ik werk ging afmaken. En dat werk resulteerde tot mijn debuut album Spinvis in 2002.’ Ik herinnerde me Smalfilm nog. De eerste paar zinnen kon ik meezingen en daarna niks meer. ‘hoe oud was je toen?’ vroeg hij. ‘Eind basisschool, begin middelbare school’ antwoordde ik.

‘Muziek waar ik mezelf niet mee wil vergelijken is de Nederlandse kleinkunst theatermuziek. Of Andre Hazes. Het zijn losstaande en eigen genres, maar dat ben ik niet. Eerder de Franse chansons. Al heb ik ook nog wel de punk in mij zitten qua zelf proberen en uitvogelen. Als ik namen moet noemen is Boudewijn de Groot er wel eentje. Qua teksten zijn Lennaert Nijgh en Jacques Brel wel voorbeelden. Bob Dylan ook en ook David Byrne van de Talking Heads. Qua muziek luisterde ik veel naar ABBA en de Bee Gee’s. Totaal wat anders. Ik vind het Nederlands Kamerkoor het hoogste instrument wat is er. Ik heb ooit met ze mogen samen werken en dat is voor mij een persoonlijk hoogtepuntje. Prijzen en goede recensies zijn natuurlijk mooi meegenomen, maar dat is niet waarvoor ik het doe.’Spinvis

We worden gestoord door een opstootje tussen een automobilist en wat stadswachten. Het meningsverschil word minder. De vriend van de automobilist werkt hem terug de auto in en hij rijdt weg. Stadswacht rijdt weg in tegengestelde richting. Wij kijken vol verbazing naar het schouwspel. Hetzelfde doet het stelletje met de camera en het skateboard. Ik probeer me te focussen op de vragen. Wij vervolgen ons interview. Het stel verdwijnt de hoek om.

‘Wat mij speciaal maakt? Wat een vraag. Dat is het punt als je enige bekendheid geniet. Dan moet je opeens over dit soort dingen nadenken omdat ze dat vragen in interviews. Maar ik denk dan toch mijn intuïtie voor muziek. Het maken van muziek en theater zonder het idee dat ik werkelijk een product aan het maken ben dat ik weer moet verkopen. Ik maak muziek waarvan onbekend is wat de verwachtingen zijn. Er zijn artiesten die zich op een bepaalde manier voor het publiek neer willen zetten. Dat heb ik ook geprobeerd. Dat werkte niet, merkte ik. Tijdens een optreden in België kreeg ik een inzicht. Dat ik niet zo’n artiest wil zijn. Ik ben niet anders dan de band of het publiek. Ik maak gewoon muziek. En dat wil ik zo goed mogelijk doen. Ik stel mezelf als het ware echt op, ook wel wat kwetsbaar eigenlijk.’

‘Club tours zijn anders dan theater. Clubs zijn rommelig en ruig. Wat persoonlijk. Dat blijf ik leuk vinden. Theater is met meer fantasie. Je kan er meer verhalen in kwijt. De hele setting is ook anders. In een club sta je als publiek en is er mogelijkheid om te dansen. Bij theater zit je. Het is een totaal andere belevenis. Al zijn er natuurlijk overeenkomsten. Kintsukuroi is een mooi voorbeeld. Er wordt op het podium gedanst door Francis Sinceretti. De man is 72 en groot danser. Maar het werkt allemaal niet meer zoals toen hij 25 was. De kwetsbaarheid die je op een podium in clubs hebt zie je hier dus terug in het theater.’

‘De generatie van nu lust alles. Ik weet niet precies of dat goed of fout is. Dat maken ze zelf wel uit. Door het internet is er meer bereikbaar en het is ook nog eens toegankelijker. Maar of dat ook de smaak verbreedt? Ik weet het niet. Elke stroming zal zo zijn liefhebbers hebben. Of dat voor Nederlandse kleinkunst muziek is, popmuziek, theater of club muziek. Als je nooit naar theater bent geweest is Kintsukuroi erg mooi om te zien. Als bezoeker kun je zien hoe muziek over kan gaan tot kunstvorm. Het verhaal is een ontzettend mooi sprookje en het 4 koppige koor zingt fantastisch. De jongeren van nu lusten alles. Staat open voor alles, maar ze moeten er wel een kaartje voor kopen’

Het word wat donkerder. Waarschijnlijk gaat het zo regenen. We lopen richting de Hofplein Fontijn voor een foto. We geven elkaar de hand en nemen afscheid. ‘Ik hoop niet dat het op Oerol zo is, maar ja, je weet het nooit’.

Kintsukuroi – De Opera zal 13 juni 2014 tijdens Oerol festival op Terschelling in première gaan. Het stuk zal daar te zien zijn tot 22 juni. Vanaf oktober is het stuk in heel Nederland te zien. Meer informatie op Spinvis.nl. Het album Tot ziens, Justine Keller wat eind 2011 verscheen kreeg 5 sterren van critici die schrijven voor grote kranten. Deze is nog steeds te bestellen via de bekende webshops. Of loop gewoon nog eens een platenzaak binnen.

Reacties

reacties