Ik heb op veertienjarige leeftijd mijn eerste programmering gedaan in Roepie Groepie, een podium in Krimpen aan den IJssel. Ondanks er hooguit 100 bezoekers in konden, was het een plek waar veel hotte Nederlandse bands speelden. Het was echt een cult tent. Hanyo van OosteromIk begon daar als vrijwilliger en verzorgde de bands met een goede ontvangst, eten, drinken en praktisch alles wat ze daarnaast ook maar wilden hebben. Uiteindelijk werd het tijd om zelf aan de slag te gaan met het neerzetten van artiesten. Het was een hele andere tijd. Een tijd zonder internet en platformen als Facebook. Om mijn programmeringen te promoten, betaalde ik zwervers om met bordjes rond te lopen en flyers uit te delen. Je had in die tijd niet zoveel opties zoals je die nu hebt, dus deden we het maar zo. Het werkte. Door de jaren heen heb ik als programmeur en artistiek leider aan de basis gestaan van onder andere het World Port Jazz Festival, Rotterdam Import, Robodock Rotterdam, Singasong en Numoonfest. Nu is Podium Grounds mijn thuisbasis.

Wat maakt mij nou zo speciaal? Tja, ik ben zelf muzikant dus ik kan goed peilen wat artiesten willen. Een vriendelijke ontvangst, goed afgesteld geluid en een gevulde zaal. Geld is natuurlijk ook belangrijk maar als we het over échte artiesten hebben, komt dat pas op de laatste plek. Ik weet nog wel dat we de Britse electronica groep ‘The Orb’ wilden boeken voor Robodock Rotterdam. In plaats van een normale vergoeding wilden zij komen optreden in ruil voor een Feijenoord t-shirt, gesigneerd door de hele selectie van het team, en een fles cognac. We zijn toen keihard naar de Kuip gerend om dat voor hun te regelen. Toen wij lieten weten dat het ons gelukt was, hadden zij de boeking meteen bevestigd en kwamen naar Nederland. Zo kan het dus ook. Het begint en het eindigt tenslotte bij de muziek zelf. De rest is een bijzaak.

Waar ik heel erg gedreven door kan worden is als ik mensen iets met volle passie zie doen. Mijn kracht is dat ik geen ‘programmeurs ego’ heb en ik mijn smaak kan uitschakelen. Vooral bij beginnende artiesten hoeft het voor mij technisch niet altijd even goed te zijn, maar ik moet er wél in kunnen geloven. Ik had jaren terug bijvoorbeeld Sabrina Starke een keer zien optreden, wat in principe totaal niet mijn soort muziek is, maar toch zag ik iets in haar. Ik geloofde er in en had haar uiteindelijk zelf meerdere keren geboekt. Geweldige artiest. Ook vind ik het leuk om bepaalde artiesten tegenover elkaar te zetten die qua genre totaal niet bij elkaar horen. Hanyo van OosteromIk had een keer bij een festival in de ene zaal Aux Raus neergezet, een hardcore/punk band, terwijl ik in de andere zaal een klassiek Indiase band had staan. Het kan van het hele onbekende naar het commerciële gaan, of juist allebei tegelijk. Ik hou namelijk van diversiteit en dat is iets wat je voornamelijk terug ziet komen in mijn programmeringen.

Ik denk dat, als je het woord ‘Grounds‘ hoort, je aan het totaalplaatje moet denken. Een goede combinatie van sfeer, publiek en natuurlijk muziek. Dat allemaal voor een redelijke prijs. Persoonlijk vind ik ook dat er erg leuk publiek in Grounds komt. In de 35 jaar dat ik programmeer, heb ik nog nooit zoveel verschillende soorten mensen bij elkaar zien komen als bij Grounds. Er is een mix ontstaan van liefhebbers van Jazz, Wereldmuziek, Hip-hop, Electronica en zelfs Punkrock. Ik denk dat het beter is om te zeggen dat de algemene bezoeker simpelweg een liefhebber van muziek is. Ik heb ook nog nooit gedonder meegemaakt daar. Sterker nog, als ik een dochter had, had ik haar zonder nare gevoelens naar Grounds gestuurd.

Hanyo van Oosterom opereert tegenwoordig onder de artiestennaam “White Eagle Jones” en is als producer betrokken geweest bij oa. het debuutalbum van Michael Prins, winnaar van ‘De Beste Singer-Songwriter’ 2013.

Reacties

reacties