Poppodia Big Bang
Met het aankomende vertrek van de Rotown programmeur naar Groningen werd mijn aandacht ook gevestigd op dat andere parallelle berichtje: poppodium Simplon failliet. Ook Groningen leek daarmee een poppodium armer te worden. Nu blijkt dat Vera toch het e.e.a. gaat overnemen, maar de volledige details blijven nog even onzichtbaar.

Het was maar een klein berichtje maar het deed mij denken aan een gesprek dat ik eens met een Amsterdamse vriend had over de belabberde vitaliteit van de Amsterdamse poppodia en een artikel in de Volkskrant van jaren geleden. De explosie van poppodia en ook festivals begon eind jaren ’90. Niet zo vreemd want destijds leken de bomen tot in de hemel te groeien en iedere stad en met name iedere wethouder wilde zich profileren. Er was geld zat….…dachten ze.

vzantenVraagstelling
15 jaar later. Dat het met de Rotterdamse poppodia niet razend goed gaat is wel duidelijk. Maar veel verder dan die louter objectieve waarneming kan ik voorlopig niet gaan. De stemming is nu ronduit negatief. Verdient Rotterdam eigenlijk wel écht een podium? Is Rotterdam niet meer de stad van het platte vermaak? Komt de Rotterdammer wel genoeg, en geeft deze ook genoeg centjes uit?

In al dit gekrakeel wordt vergeten de beginvraag te stellen. In welke mate doen ‘we’ het in Rotterdam slechter/beter dan in andere steden? En als je die vraag probeert te beantwoorden komt er toch een héél ander beeld naar voren! Ik begin maar eens met de, logische, financiële insteek want een niet bestaand poppodium kan ook niet programmeren.

Een kort willekeurig rondje langs de velden

 

Fataal besluit
Dat er in Rotterdam allerlei podia zijn omgevallen heeft ten eerste gewoon te maken met de crisis. Eerlijk is eerlijk. Maar in Rotterdam is ook medio 2008, slechts enkele weken voordat de crisis toesloeg, een fataal besluit genomen over de verdeling van het (te) weinige geld voor de Rotterdamse podia. Daar is niet meer op gecorrigeerd toen de crisis doorzette behalve dat er later nog extra bezuinigd moest worden. De kernpodia hebben hierdoor de onvermijdelijke, soms dodelijke, klappen van gekregen.

Maar ook de podia buiten Rotterdam hebben het ongelooflijk moeilijk gehad. Ook daar zijn podia omgevallen en ontstonden er bij andere hele grote tekorten. Maar veruit het overgrote deel van die poppodia is door hun gemeente blijvend actief financieel ondersteund. Meermalen kon worden gelezen dat midden in de crisis zelfs werd besloten tot nieuwbouw. De hele teneur rond poppodia is in die steden een heel andere.

De politiek? Trots op hun poppodium!
Zonder deze steden tekort te doen, ze hebben allemaal een begroting die vele malen kleiner is dan die van Rotterdam. Alleen die van Eindhoven is nog redelijk fors. Verhoudingsgewijs geven ze dus per gemeente al véél meer uit aan het overeind houden van hun poppodium. Maar in absolute zin liggen soms in hele kleine steden de bedragen al sowieso hoger. En wat vooral ook opvalt is de trots waarmee ze dit te doen.

Dezelfde politieke partijen die in Rotterdam soms ronduit neerbuigend doen over het opzetten en ondersteunen van een poppodium, zien in de andere steden het in standhouden van een poppodium als vanzelfsprekend onderdeel van het culturele spectrum. Het is voor hen een brok promotie en profilering en ze doen het….luidkeels.

Voorzichtige eerste conclusie
Als de colleges van B&W c.q. de gemeenteraden van de steden met een poppodium eenzelfde beleid zouden voeren als hier in Rotterdam, dan is de hele popcultuur in Nederland binnen een jaar om zeep zijn geholpen. Gezien de, in verhouding, kleine tekorten waar destijds de Rotterdamse poppodia mee kampten en de uiterst beperkte subsidies, hebben zij het relatief zeer goed gedaan. Het is met name de Rotterdamse politiek geweest, de Coolsingel, die bewust de keuze heeft gemaakt om haar eigen poppodia de nek om te draaien. Wat is gebeurd, is gebeurd, maar het wordt nu tijd om het anders te gaan doen.

Reacties

reacties