Al enkele jaren ben ik lichtelijk verbaasd over het geweeklaag over het niet (goed) van de grond komen van een beetje flink poppodium in Rotterdam. Dit werd de laatste paar jaar nog eens versterkt door het verdwijnen van diverse kleinere podia voor de popmuziek. “Het kan toch niet mogelijk zijn dat dit gebeurt”, klonk het regelmatig! Dat het wel mogelijk was, is dus gebleken, domweg omdat men het hoofd niet meer boven water kon houden. Of deze bedrijven nu gewoon stopten of failliet gingen, doet niet echt ter zake: ze hebben het in deze tijd niet meer kunnen redden, zoals met zo veel bedrijven in zo veel sectoren. Om toch met een vingertje te kunnen wijzen werden er, helaas, soms zaken naar voren gehaald zoals complotten van vastgoedmakelaars met DCMR, politieke lobby’s rond ‘mannen’ die de Rotterdamse uitgaanswereld jarenlang hebben ‘gedomineerd’, personen die daar bewust op hebben aangestuurd, blablabla. Zal wel of het zal niet, doet er niet toe, de situatie is nu zoals die nu is. En de echte oorzaak is even voor de hand liggend als extreem complex: “it’s the economy, stupid!”.

Ik zal de komende weken d.m.v. een aantal bijdragen mijn visie geven over enkele ontwikkelingen die in Rotterdam zullen gaan plaatsvinden en die uiteindelijk ook van invloed zijn op het uitgaansleven. Het zal de lezer vrij snel opvallen dat ik daar juist positief over ben terwijl de omstandigheden die ik zal schetsen in eerste instantie daar niet echt een aanleiding toe geven. Maar juist de mogelijkheden die Rotterdam biedt t.o.v. anderen steden zijn dusdanig dat het naar mijn mening slechts een kwestie van enkele jaren zal zijn voordat Rotterdam bv een florerend poppodium heeft. En het zal mij daarnaast niet verbazen als Rotterdam ergens in de loop van het volgend decennium uitgaansstad nummer 1 zal worden genoemd.Nhow-Cruiseterminal

Ik heb geleerd dat een bloeiend uitgaansleven in een bepaald gebied altijd een afgeleide is van diverse omstandigheden die dat (soms ineens) mogelijk maken. Bewust en onbewust, ondernemers kijken er zo ook naar. Daar waar het tegen ieder gevoel ingaat kan soms een fantastisch uitgaansleven ontstaan. Zo ben ik bijvoorbeeld in Noorwegen vér boven de poolcirkel eens in Tromsø geweest. Stervenskoud, donker en bijna een halve meter sneeuw met gierende wind. De omvang van de bevolking is slechts 11% van die van Rotterdam. Maar het is ook de laatste pleisterplaats voordat je verder naar het Noorden gaat, er staat een universiteit en er komen ruim 80 nationaliteiten samen. Iedere avond is er ergens een clubfeest/optreden en is er echt van alles te doen. Beregezellig!

De boel hier begint weer te draaien, die crisis is voorbij, tijd voor actie, zoals een goede vriend tegen mij zei. Er waren veel ondernemers die nog voor de zomer van 2008 deze financiële ellende zagen aankomen en daarop hun posities opnieuw bepaalden. Die hebben het allemaal gered. Diezelfde mensen negeren het voorzichtige gepraat dat het pas in 2015 echt gaat aantrekken en zijn al weer volop bezig, en het gaat nu snel, heel snel en als je wat wilt, zorg dan dat je klaarstaat dat is hun motto. Alleen worden we straks wel wakker in een maatschappij die wel wat anders zal functioneren dan we afgelopen 40 jaar hebben meegemaakt.

Het is flauw om er nu op te wijzen dat door de vergrijzing veel gemeenschapsgeld straks steeds meer naar de zorgtaken zullen vloeien en dus minder zal overblijven voor andere zaken. Iedereen heeft het daar nu over. Echter dit is slechts één van de aspecten die zal ingrijpen op de financiële infrastructuur van een stad én het tijdsbestedingsgedrag van mensen in die stad. Ook zal er binnen enkele jaren sprake zijn van o.a. een grote woningnood, in met name de Randstad, een uiterst gespannen arbeidsmarkt door een structureel lage werkeloosheid, groenpluk op universiteiten en hogescholen en voor bedrijven een vestigingsklimaat dat blijvend wordt gedomineerd door een overaanbod van bedrijfsruimtes. Dit zijn niet de minste aspecten die bepalen waar bedrijven en personen zich gaan vestigen en dus ook hun vrije tijd gaan besteden. Ik zal aanvoeren waarom het steeds interessanter wordt om te kiezen voor Rotterdam en waardoor er dan, als afgeleide, meer en meer sprake zal zijn van een levendige samenleving.

Dat de koning/premier plotseling met de zogenaamde participatiesamenleving op de proppen kwam heeft echt niet te maken met het idee dat we primair heel lief voor elkaar moeten zijn, elkaar moeten helpen en zelfredzaam moeten worden. Nee, dat verhaal verwijst ook naar een nabije toekomst waarin echt alle zeilen zullen moeten worden bijgezet om in Nederland de boel straks enigszins goed draaiend te houden. Zoals mijn bijna 80-jarige moeder, met een volle generatie aan levenservaring extra, dit becommentarieerde “als we niet uitkijken worden we straks allemaal slaaf, jong en oud”.

We kunnen het ons nu moeilijk of helemaal niet voorstellen, maar we staan nu op de drempel van die toekomst. En dan is het interessant om te bedenken hoe dit effect gaat krijgen op Rotterdam en ook het Rotterdamse uitgaansleven. Dat is mijn insteek voor de komende weken. Deel 2 zal gaan over de nieuwe woningnood: Woningnood 2.0

Reacties

reacties