Over Rotterdam schrijven doe ik, tot nu toe, weinig. Maar nu mij onverwachts de mogelijkheid wordt geboden kijk ik ernaar uit mijn visie, ideeën en ervaringen op dit platform te delen. Na ruim een halve eeuw aanwezigheid in Rotterdam waarin ik actief heb geparticipeerd in o.a. het economische en politieke leven ben ik wellicht in staat jongere generaties te inspireren. Geboren als een zoon van een havenarbeider ben ik opgegroeid in de straten van Rotterdam. Ik heb zowel civiele techniek als bestuurskunde gestudeerd. Ik ben lid van Mensa. Na mijn studies heb ik geruime tijd, in verschillende functies, gewerkt bij Rijkswaterstaat. Ik ben nu ruim 10 jaar ondernemer.Ed Schelvis

Als ondernemer begrijp ik Rotterdam en snap ik ook dat sommigen Rotterdam provocerend vinden. Maar dat maakt juist deze stad zo uniek. Zoals Deelder eens schreef….. “Rotterdam is vééls te echt”. Het is hier, voorlopig nog, lastig wegkruipen naar een rustig veilig plekje. En juist dat is zo mooi, je wordt continu uitgedaagd. En daarom is Rotterdam voor mij en voor velen met mij, een echte verslaving geworden.

Mijn ervaringen met het Rotterdamse uitgaansleven lopen van de dag dat ik als 8-jarig ventje door mijn ouders werd meegenomen naar de “day after” van het Holland Pop Festival in het Kralingse Bos via 10 jaar studentenleven in de jaren ’80 en ’90 naar vele optredens en festivalbezoeken tot in deze tijd. Ik heb het ook zien groeien en ondanks dat de huidige crisis nu keihard neerkomt op de afhankelijke en onbeschermde delen van de culturele sector weet ik zeker dat er weer van zal worden geleerd en dat het daardoor weer sterker wordt.
Ik kijk langs de fotografe, díe straat in, waar het voor Rotterdam vreselijk is misgegaan. Dat verleden laat ik nu zo veel mogelijk rusten maar als geboren en getogen Rotterdammer besef ik dat we hier leven in de uitstervende echo van die gebeurtenis. En dat geldt zeer zeker ook voor het uitgaansleven.

Het beeld achter mij is daarvan één van de fysieke resultanten. Van een kille leegte, waar onwetende buitenstaanders zelfs vandaag nog met een zeker denigrerend genoegen aan refereren, tot een plek waar sinds die gebeurtenis onafgebroken en met een huiveringwekkend tempo ideeën worden omgezet in beton, staal, glas, licht, geuren en geluid. En daar tussendoor begint het meer en meer lekker te krioelen. Het “nieuwe hart” bonkt nog niet maar dat staat nu wel héél snel te gebeuren.

Reacties

reacties